De Pont du Gard, het beroemde Romeinse aquaduct, is gebouwd onder keizer Claudius rondom 50 na
Christus.

In die tijd was Nimes (Nemausus) al sinds bijna een eeuw lang een belangrijke provinciestad. Eerst Cesar, vervolgens Augustus droegen bij tot de ontplooiing van de stad door het bouwen van stadsmuren en verschillende monumenten.
De waterbron daarentegen, die zeker bijgedragen had tot het vestigen van een nederzetting al sinds de VIe eeuw voor Chr., voldeed niet meer aan de behoefte aan water na de uitbreiding van de stad.

Men besloot om Nimes van een collectieve waterleiding te voorzien, maar men moest hiervoor een rijke bron vinden, die zowel een regelmatig debiet had als een goede kwaliteit. De verschillende waterlopen, waaronder de Gardon, werden afgewezen vanwege hun onregelmatig debiet. De bron van de rivier de « Eure » voldeed aan de eisen. Zo bouwden de Romeinen het aquaduct van Uzès naar Nimes.
Zodra het in werking gezet was verschenen de eerste zwakke plekken : de oorzaak van de overstroming van het verdelingsbekken in de sector tussen Vers Pont du Gard en Remoulins was de vermindering van de helling van het aquaduct. De kanaalhoogte werd op een lengte van 6 km. gecorrigeerd en in deze streek werden de verschillende monumenten versterkt behalve de Pont du Gard.

Het water, geschikt voor drinkwater, schijnt vervoerd te zijn tot aan de 1e helft van de 3e eeuw. Hierna volgde een periode van ongeoorloofd watertappen om het land te bevloeien. Zo zou het aquaduct alleen nog water van slechte kwaliteit vervoerd hebben voor het gebruik in de landbouw of industrie. Zodra men zijn eerste functie opgegeven had (tussen de 5e en 7e eeuw) werd het aquaduct slachtoffer van ongebreidelde plunderingen, want het bouwwerk vormde een belangrijke bron aan bouwmateriaal. De gedeelten, die gespaard bleven, komen overeen met moeilijk toegankelijke zones. De Pont du Gard zelf werd niet ontzien. De eerste 12 bruggebogen met de draagmuur van het kanaal zijn aan één kant verdwenen.

In de Middeleeuwen kreeg het kunstwerk een nieuwe functie en wel als oversteekplaats, hetgeen trouwens een reden was voor tolheffing, waarvan de overdracht van dit recht door Philippe de Schone aan de Seigneur van Uzès getuigt.

Begin XVIIIe eeuw (1699-1704) werd de eerste echte restauratie ondernomen, bekostigd door de Staten van de Languedoc. De bedoeling was de bruggebogen van de 2e verdieping te lichten, d. w. z. de gevaarlijke uitsnijdingen op te heffen. Enige tijd later kreeg ingenieur Pitot de opdracht er stroomafwaarts een verkeersbrug naast te bouwen (1743-1747).
De oversteekplaats van de Gardon kon dus bewaard blijven zonder gevaar voor het monument.
Tijdens de XIXe eeuw hebben talrijke architecten zich aan de restauratie van de Pont du Gard gewijd.

Onder hen Questel, aan wie wij de wenteltrap op de linkeroever te danken hebben ; Jean-Claude Laisné heeft een enorme werkuitvoering geleid, hetgeen het aanvoeren van 2500 m3 steen vereiste (1855 tot 1858) ; de Pont du Gard vond eindelijk zijn origineel aspekt terug en zijn prachtige afmetingen. Temidden van deze architecten waren er zelfs die de ongelooflijke ambitie hadden het aquaduct zelf weer in werking te stellen ; enkele projecten zagen zelfs een begin van uitvoering ; zo werd in 1863 de tunnel gegraven, waarvan de ingang zich op de rechteroever van de Pont du Gard bevindt.

In 1914 wordt de wetgeving betreffende de Historische Monumenten vastgelegd en in 1986 wordt de Pont du Gard door UNESCO onder het wereldpatrimonium geklasseerd.

De schoonheid van de Pont du Gard is te danken aan zijn eenvoud en zijn grootsheid. Zijn hoogte en de buitengewone breedte van de gewelven hebben tot zijn beroemdheid bijgedragen en geven hem deze verrassend lichte stijl.


Hoe lang het bouwen geduurd heeft en hoe lang het gefonctionneerd heeft
Men heeft tussen 10 en 15 jaar nodig gehad voor het bouwen van het aquaduct, waarvan 5 jaar voor de constructie van de Pont du Gard. Het aquaduct leidde het water van Uzès naar Nimes gedurende bijna 5 eeuwen lang, van 50 jaar na Chr. tot begin VIe eeuw.

De lengte van het monument
Hoewel het beginpunt van het aquaduct en het eindpunt maar ongeveer 20 km. van elkaar verwijderd zijn, is het geheel een bochtige lijn van bijna 50 km, die diverse obstakels vertoont (dalen, kloven, bergen).
Niets hield het Romeinse genius tegen, zelfs het diepe dal van de gardon werd overwonnen dankzij het belangrijkste werkstuk van het aquaduct, de Pont du Gard.
Het water stroomde vanaf de bron van de Eure op een hoogte van ongeveer 71,25 m naar de Castellum divisarium (watertoren), rue de la Lampèze in Nimes, dat op een hoogte van 59,95 m ligt. Dus een algemeen hoogteverschil van ongeveer 12,29 m en een gemiddelde daling van 24,80 cm/km.
In het begin was het waterdebiet groot (400 liter/sec.), maar tegen het einde van zijn werking niet méér als 100 liter/sec. In de periode van volle werking werd het water in 24 tot 30 uur van Uzès naar Nimes gevoerd.
Hiervoor was een kanaal aangelegd op de bovenste verdieping van het aquaduct , met een breedte van
1,20 m en een hoogte van 1,80 m.

Het constructiemateriaal.
Het materiaal, dat gebruikt werd bij het bouwen van de Pont du Gard, komt uit twee steengroeves, die op de linkeroever van de Pont du Gard liggen. Deze tamelijk zachte kalksteen is erg gemakkelijk te bewerken. Ook is het bestand tegen vorst en verhardt het zich door de tijden heen. Het fijne stof, dat vrij kwam bij het plaatsen van de stenen, mengde zich met het water,dat men tussen de steenoppervlakten liet stromen en hechtte de stenen aan elkaar vast.
De totale massa van de Pont du Gard is 50400 ton !

DE PONT DU GARD-in cijfers

De totale hoogte : 48,77 m boven het waterniveau van de Gardon (wanneer het niveau laag is)

De benedenverdieping : 6 bogen
– 142 m lang middenverdieping : 11 bogen
– 6 m breed 242 m lang
– 22 m hoog 4 m breed
– 20 m hoog

De bovenverdieping : 35 bogen
– 275 m lang
– 3 m breed
– 7 m hoog

DE PONT DU GARD – in data

– De 1e eeuw na Chr. : de constructie van de Pont du Gard.
– 1295 : recht op tolheffing om de Gardon over te steken.
– 1448 : aardbeving in de streek van Nîmes.
– 1629(16 juni) : Richelieu verblijft op het kasteel van st. Privat en sluit de vrede van Alais met de protestanten.
– 1699/1704 : de eerste restauratie- werkzaamheden van de Pont du Gard door de Staten van de Languedoc.
– 1743/1747 : de constructie van de verkeersbrug naast het monument door ingenieur Pitot uit Aramon.
– 1832 : de constructie van de hangbrug in Remoulins door ingenieur Seguin (het steunwerk, de 2
zuilen, de 2 aangrenzende gebouwen bestaan nog).
– 1843/1845 : de eerste echte restauratie door Prosper Mérimée.
– 1855/1858 : het 2e gedeelte en de voltooiing van de restauratie.

De Plaats van de Brug van Gard bezoeken: ontdekkingsruimte, uren, de informatie : www.pontdugard.fr